ING nieuws /publicaties w.o. Maandbericht Internationale Economie º Staalfederatie

ING nieuws /publicaties w.o. Maandbericht Internationale Economie
Donderdag, 16 november 2017

16-11 Technologische industrie heeft 120.000 nieuwe mensen nodig om hoge groei vast te houden

Technologische industrie kan groeimotor blijven

De Nederlandse technologische industrie moet de komende 12 jaar 120.000 nieuwe mensen zien te werven om groeimotor te blijven van de Nederlandse economie. Het gaat dan voornamelijk om hoger opgeleid personeel. Dat blijkt uit het rapport ‘My Smart Industry’ van ING Economisch Bureau, dat 16 november 2017 is gepresenteerd op het jaarevent van FME, de ondernemersvereniging van de technologische industrie.

Technologische industrie groeimotor in 2017
Met prominente bedrijven als ASML, Philips en NXP heeft Nederland een internationaal toonaangevende technologische industrie, die bovendien belangrijk is voor de Nederlandse economie. De sector is een aanjager van bedrijvigheid in andere sectoren met een jaarlijkse inkoop in Nederland van 17 miljard euro en bovendien goed voor bijna 40% van de totale R&D-uitgaven door het Nederlandse bedrijfsleven. De technologische industrie groeit dit jaar naar verwachting met bijna 10%.

Vijf uitdagingen voor structureel hoge groei
Uit het rapport blijkt dat de sector voldoende potentieel heeft om de komende jaren een hoog groeiniveau vast te houden. Wel zijn er flinke uitdagingen. Om ook op langere termijn groeimotor te kunnen zijn, is het nodig dat:
1) De sector inspeelt op de mondiale vraagverschuiving
2) De sector versneld inzet op digitalisering om verspilling in de keten te verminderen
3) De sector digitalisering benut om te groeien in dienstverlening
4) R&D breder in de keten plaatsvindt
5) De sector 120.000 nieuwe medewerkers weet te vinden richting 2030.

Klik hier voor het volledige rapport
Klik hier voor een visuele samenvatting (en om te delen via social media)

24-05 Automotive industrie weer ruim in dubbele cijfers

Industrie op koers voor hoogste jaargroei sinds 2011

Grote delen van de Nederlandse industrie gaat het voor de wind. De groei komt over heel 2017 naar verwachting uit op 3%, de hoogste productietoename sinds 2011. Robuuste groei in de eurozone gaat gepaard met toenemende consumptie en investeringen, waar vooral de chemie en technologische industrie van profiteren. De automotive industrie groeit voor het derde jaar op rij met circa 20%, gedragen door het succes van VDL Nedcar. Dit stelt ING Economisch Bureau in het Vooruitzicht Industrie.

Technologische industrie en chemiesector jagen groei aan
Met een verwachte productiegroei van 3% in 2017 draait de industrie goed. Uitblinker is de technologische industrie (onder meer machinebouw, auto-industrie) met een verwachte groei van 6%. Met een productie van circa € 120 miljard en een aandeel van 40% is de technologische industrie de grootste pijler van de Nederlandse industrie. De sector profiteert dit jaar sterk van de solide groei in de eurozone en de al langer goed draaiende Amerikaanse economie.

Jurjen Witteveen, senior econoom Industrie bij ING: ”Dit zorgt vooral voor een productietoename in de hightechindustrie, waarbinnen specifiek de halfgeleiderindustrie een sterk momentum kent. Qua groei torent de automotive industrie er bovenuit. Het aanhoudende, maar ook uitdagende, succes van VDL Nedcar met de productie van de BMW X1 in het vooruitzicht zorgt voor weer een jaargroei van rond de 20% voor de sector”..

Chemie plust flink, pas op de plaats voor voedingsindustrie door krimp zuivel
De chemiesector herstelt zich flink van de negatieve periode 2013-2015. Na een groei van 6% in 2016 volgt dit jaar naar verwachting een productietoename van 4%. De derde belangrijke pijler onder de Nederlandse industrie, de voedingsindustrie, ontwikkelt zich dit jaar stabiel. Wel zijn er flinke verschillen tussen branches. Door nieuwe fosfaatregels neemt de veestapel dit jaar fors af met ook een lagere productie in de zuivelindustrie tot gevolg. De vleesverwerkende industrie heeft hierdoor juist te maken met extra productie.

Voor meer informatie:
ING Economisch Bureau, Jurjen Witteveen, 06-83635786, jurjen.witteveen@ing.nl
ING Sectormanagement, Bert Woltheus, 06-27006624 bert.woltheus@ing.nl

18-05 Jaarlijks tekort van 20.000 MBO-opgeleide technici dreigt

De vraag naar technisch opgeleide vakmensen neemt door de aanhoudende economische groei sterk toe. Als niet meer jongeren in het MBO een technische opleiding gaan volgen, dreigt het tekort aan technici ieder jaar met 20.000 te groeien. Meer sturing van studenten kan helpen om het tij te keren. Schoolbesturen zouden hieraan bij kunnen dragen door bijvoorbeeld een numerus fixus op MBO-opleidingen met een lage baankans in te voeren. Ook zal praktijkonderwijs binnen het MBO een grotere rol moeten krijgen. Dit zorgt voor gemotiveerde techniekstudenten en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Dit schrijft het ING Economisch Bureau in haar visie op een betere aansluiting van technisch MBO op de arbeidsmarkt.

Ceel Elemans, ING Sector Banker onderwijs: “Vandaag opgedane kennis is morgen verouderd. Onderwijsinnovaties laten zien dat we op de goede weg zijn, maar de vraag naar vakmensen groeit sterk. Meer sturing van studenten en intensievere samenwerking tussen MBO en bedrijfsleven is een goede mogelijkheid om meer techniektalent tot ontplooiing te laten komen.”

Bron UWV

Numerus fixus bij onvoldoende arbeidsmarktperspectief
De arbeidsmarktkrapte is de afgelopen acht jaar niet zo groot geweest als nu. De MBO-techniek kent momenteel het grootste aantal ‘krapteberoepen’. Als er niets verandert worden er jaarlijks ongeveer 20.000 vakmensen minder opgeleid dan de markt vraagt. Door duidelijke keuzes in het opleidingsaanbod te maken kunnen scholen meer technische vakmensen opleiden. Zo zouden scholen vaker een numerus fixus kunnen invoeren bij opleidingen met onvoldoende stageplaatsen of onvoldoende arbeidsmarktperspectief. Zij kunnen opleidingen ook vaker schrappen, wanneer er geen regionale vraag meer is naar de diploma’s of een andere school dezelfde opleiding al aanbiedt. De overheid kan stimuleren dat MBO-scholen hun studenten meer naar kansrijke studies ‘sturen’. Bijvoorbeeld door arbeidsmarktrelevantie een grotere rol in de bekostiging te geven. Scholen krijgen nu geen prikkel om op baankansen te sturen.

Meer samenwerking om kwalitatieve mismatch te verkleinen
Het Nederlandse MBO staat internationaal hoog aangeschreven, maar de diversiteit in onderwijsresultaten verschilt van school tot school sterk. Hoe beperkter het aanbod van vakmensen, hoe sterker een kwalitatieve mismatch doorwerkt bij bedrijven. Voortgaande digitalisering vergt continue aanpassing van MBO-opleidingen op veranderende functie-eisen. MBO-scholen doen er daarom goed aan om intensiever met bedrijven samen te werken, praktijkonderwijs een grotere rol in de opleiding te geven en meer docenten uit het bedrijfsleven voor de klas te zetten. Maar ook bedrijven hebben hierin een verantwoordelijkheid. Meer stageplekken, meer werknemers beschikbaar stellen voor onderwijs en meer samenwerking in regionale opleidingscentra zijn zaken waarvoor extra inspanningen nodig zijn.

17-05 Regionale impact brexit verschilt

De economische impact van de brexit verschilt per provincie. Utrecht en Noord-Holland lijken het meest gevoelig, omdat het Verenigd Koninkrijk (VK) een relatief groot belang heeft in de goederenexport van deze provincies. Maar de Britse uittreding levert regionaal ook kansen op blijkt uit een nieuw rapport van het ING Economisch Bureau. Bijvoorbeeld omdat Nederlandse exporteurs hun positie op de Europese interne markt kunnen versterken als Britse concurrenten na uittreding tegen handelsbelemmeringen aanlopen.

Thijs Geijer, ING regio-econoom: “Wij verwachten dat de algehele impact van de brexit voor de Nederlandse economie negatief is. In specifieke gevallen en regio’s doen zich echter ook kansen voor. De Britten exporteren voor ruim 280 miljard euro aan goederen en diensten naar de EU en na de uittreding valt daar voor Nederlandse bedrijven wat te halen.”

brexit Afbeelding: Utrecht en Noord-Holland scoren hoogst op brexit gevoeligheid index
Bron: ING Economisch Bureau op basis van cijfers CBS

Noord-Holland grootste exporteur naar VK, maar Utrecht het meest afhankelijk van VK
Van de twaalf provincies exporteert Noord-Holland het meest naar het VK. De Noord-Hollandse economie is echter niet het meest gevoelig voor de brexit. In de ING brexit gevoeligheid index scoort de provincie Utrecht hoger. Met name omdat de Britten een belangrijke afnemer zijn van in Utrecht geproduceerde goederen zoals machines, koffie en zuivel. Ook is de Utrechtse wederuitvoer bovengemiddeld op het VK gericht en zijn exporterende sectoren zoals landbouw, industrie en groothandel van bovengemiddeld belang voor de Utrechtse economie. Noord-Holland is vooral groot in de wederuitvoer naar het VK, bijvoorbeeld van cacao en elders gekweekte bloemen. De Britten zijn als afnemer van in Noord-Holland geproduceerde goederen juist minder dominant dan in Utrecht en het belang van landbouw, industrie en groothandel is in Noord-Holland relatief klein.

Geijer: “Deze analyse laat zien dat er in Utrecht en Noord-Holland de meeste reden is om de brexit en de gevolgen voor de exportpositie van het bedrijfsleven hoog op de economische beleidsagenda te zetten”.

Kansen voor industriële exporteurs binnen de EU
De Britse goederenexport naar de EU bedraagt 175 miljard euro en bestaat vooral uit producten uit de chemie, maakindustrie en hightech industrie. In die branches kunnen Nederlandse exporteurs na de brexit hun positie ten opzichte van in het VK gevestigde concurrenten versterken omdat zij blijven profiteren van de Europese interne markt en eventuele verdergaande economische integratie. Het VK zal na het vertrek uit de EU, afhankelijk van de uitkomst van onderhandelingen over een handelsverdrag, in meer of mindere mate tegen handelsbelemmeringen aanlopen.

Noord-Brabant en Overijssel hebben goede uitgangspositie
Noord-Brabant en Overijssel kennen van de industriële provincies de sterkste specialisatie in de maak- en hightech industrie. Op voorhand maken bedrijven in deze regio’s daarom de grootste kans om te profiteren van een zwakkere concurrentiepositie van Britse bedrijven. Verder zijn Noord-Brabant en Overijssel ook interessant als vestigingslocatie voor bedrijven die (hoogwaardige) industriële activiteiten naar een locatie binnen de EU willen verplaatsen.

Randstad mikt op in VK gevestigde dienstverleners
Diensten zijn een belangrijk onderdeel van de Britse en Nederlandse economie. De onderlinge concurrentiestrijd tussen Europese regio’s om in het VK gevestigde internationale dienstverleners te verleiden om te verhuizen laait op en wordt in aanloop naar de brexit heftiger. De Randstad heeft daarbij een aantal troefkaarten zoals een goed opgeleide beroepsbevolking, sterke digitale infrastructuur en relatief lage kosten van levensonderhoud voor werknemers. Succes is echter niet vanzelfsprekend. De internationale concurrentie is groot en terwijl de Britten vooral sterk zijn in financiële diensten en consultancy is Nederland vooral goed in ICT- en transportdiensten.

Ga voor de laatste informatie naar www.ing.nl/nieuws of volg ons op twitter : @INGnl_nieuws. Volg het economische nieuws van ING op @INGnl_Economie.


Oudere berichten worden van de Staalfederatie website verwijderd.
Voor verdere vragen, neem contact op met ING Economisch Bureau:
Jurjen Witteveen – sectoreconoom Industrie – 06 8363 5786
Ferdinand Nijboer – sectoreconoom Zakelijke Dienstverlening – 020 65 23450
Rico Luman - sectoreconoom Transport en Logistiek – 020 56 39893
Thijs Geijer – sectoreconoom Food – 020 56 34875
Henk van den Brink – sectoreconoom Agrarische sector – 020 56 39506

Bijbehorende afbeeldingen

Bijbehorende documenten

20170110 Brancheverenigingen aanbod  20170110 Brancheverenigingen aanbod (188.17 KB)
20170110 Uitnodiging voor leden  20170110 Uitnodiging voor leden (103.78 KB)